Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
Het middel slaagt in zoverre en behoeft voor het overige geen behandeling. De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd voor 2015. Na een eerste hoorgesprek op 13 juni 2017 werd een tweede hoorgesprek gepland om aanvullende stukken te bespreken. Belanghebbende zegde dit tweede hoorgesprek kort tevoren telefonisch af vanwege een politieaanhouding.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur niet gehouden was een nieuw hoorgesprek te plannen, omdat niet was komen vast te staan dat belanghebbende hierom had verzocht en er geen nieuwe feiten waren die de beslissing op bezwaar konden beïnvloeden. Het hof vond dat belanghebbende door de afzegging ondubbelzinnig had laten blijken niet verder gehoord te willen worden.
De Hoge Raad stelde vast dat het niet zonder meer begrijpelijk was dat de Inspecteur uit de afzegging kon afleiden dat belanghebbende afstand deed van haar recht op hoor en wederhoor. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en moest het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De vergoeding voor eerdere procedures wordt door het verwijzingshof beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.