ECLI:NL:HR:2020:1392
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen bestuursrechtelijke uitspraak niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaronder een uitspraak op verzet. De Hoge Raad toetst de ontvankelijkheid van dit beroep aan artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin is bepaald dat de Hoge Raad alleen kennisneemt van cassatieberoepen tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover de wet dat toestaat.
Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State openstelt, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
De uitspraak is gedaan door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2020. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.