ECLI:NL:HR:2020:1386
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een belastingzaak. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht en hiervoor termijnen gesteld. Deze aanmaningen zijn wegens onbestelbaarheid teruggezonden, waarna het stuk alsnog per gewone post is verzonden.
Ondanks deze inspanningen heeft belanghebbende het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn. Ook heeft belanghebbende niet tijdig gereageerd op de uitnodiging om een reden te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Een later ingediend beroep op betalingsonmacht is door de Hoge Raad als te laat beschouwd.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 11 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.