ECLI:NL:HR:2020:1337
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende, een B.V., had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake informatiebeschikkingen van de Staatssecretaris van Financiën. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad gaf belanghebbende de mogelijkheid om dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Hoewel belanghebbende reageerde, werden de gronden niet binnen de gestelde termijn ingediend. Het latere indienen van de gronden werd buiten beschouwing gelaten.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep binnen de gestelde termijn.