ECLI:NL:HR:2020:1335
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake informatiebeschikkingen van de Staatssecretaris van Financiën. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Hoewel belanghebbende reageerde met een fax op de uiterste datum, ontbrak daarin alsnog de vereiste gronden. Een latere toezending per aangetekende post met de gronden werd buiten beschouwing gelaten omdat deze na de termijn was ingediend.
De Hoge Raad past artikel 6:6 Awb Pro toe en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden in het beroepschrift.