In deze zaak heeft Termexim Ltd. cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof een geschil met Glencore Agriculture B.V. beslecht over internationale privaatrechtelijke aspecten en verbintenissenrecht. De Hoge Raad heeft de klachten van Termexim beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam en het arrest van het hof Den Haag voor de feiten en de procesgang. De klachten betreffen onder meer de stelplicht en bewijslast in het kader van overeenkomstenrecht en motiveringsklachten, maar de Hoge Raad acht het niet nodig deze uitgebreid te motiveren omdat de klachten geen belang hebben voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het cassatieberoep wordt verworpen en Termexim wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, inclusief verschotten en salaris advocaat, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet tijdige betaling. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders, Polak en uitgesproken door Du Perron op 3 juli 2020.