AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt geldigheid merk Tripp Trapp-stoel voor kinderstoelen
In deze zaak stond de vraag centraal of de vorm van de Tripp Trapp-stoel een rechtsgeldig merk oplevert voor stoelen, met name kinderstoelen. Stokke c.s. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat het merk erkende. Hauck stelde voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in.
De Hoge Raad heeft de klachten van Stokke c.s. beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van het hof te toetsen, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep van Hauck werd niet behandeld omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidde. De Hoge Raad veroordeelde Stokke c.s. in de proceskosten van het cassatiegeding, begroot op € 30.000,--.
Het arrest bevestigt daarmee de geldigheid van het merk van de Tripp Trapp-stoel voor kinderstoelen en sluit het cassatieberoep van Stokke c.s. af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Stokke c.s. en bevestigt het arrest van het hof.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/02263
Datum3 juli 2020
ARREST
In de zaak van
1. de vennootschap naar Noors recht STOKKE A/S, gevestigd te Alesund, Noorwegen,
2. STOKKE NEDERLAND B.V., gevestigd te Tilburg,
3. Peter OPSVIK, gevestigd te Oslo, Noorwegen,
4. de vennootschap naar Noors recht PETER OPSVIK A/S, gevestigd te Oslo, Noorwegen,
EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: Stokke c.s.,
advocaat: T. Cohen Jehoram,
tegen
de vennootschap naar Duits recht
FIRMA HAUCK GMBH & CO. KG, gevestigd te Sonnefeld, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Hauck,
advocaat: A.M. van Aerde.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
het arrest in de zaak 200.207.312/01 van het gerechtshof Amsterdam van 5 februari 2019.
Stokke c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Hauck heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Stokke c.s. mede door G.J. Harryvan en voor Hauck mede door T. van Tatenhove.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van Stokke c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3.Proceskosten in cassatie
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient Stokke c.s. te worden verwezen in de proceskosten. Nu Hauck op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie heeft gevorderd en partijen overeenstemming hebben bereikt over de terzake op de voet van deze bepaling toe te schatten kosten, zal dienovereenkomstig worden beslist.
4.Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Stokke c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hauck begroot op € 30.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Stokke c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 3 juli 2020.