ECLI:NL:HR:2020:1210

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2020
Publicatiedatum
2 juli 2020
Zaaknummer
18/04634
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 257e lid 1 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid verzet tegen strafbeschikking na vrijwillige betaling geldboete

In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het verzet tegen een strafbeschikking centraal. De verdachte had een geldboete opgelegd gekregen wegens wildplassen en had deze boete vrijwillig betaald voordat hij verzet aantekende. Het hof verklaarde het verzet niet-ontvankelijk omdat de verdachte door de betaling afstand had gedaan van het recht om verzet te doen.

De verdachte stelde zich op het standpunt dat ondanks de vrijwillige betaling geen afstand was gedaan van het verzetrecht. De Hoge Raad heeft deze stelling onderzocht en geoordeeld dat de vrijwillige betaling van de opgelegde geldboete inderdaad inhoudt dat de verdachte afstand doet van het recht om verzet te doen tegen de strafbeschikking.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verdachte en bevestigde daarmee het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad vond geen aanleiding om het oordeel van het hof te vernietigen en zag geen noodzaak tot nadere motivering, mede vanwege het ontbreken van vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Uitkomst: Het verzet tegen de strafbeschikking is niet-ontvankelijk verklaard vanwege vrijwillige betaling van de boete.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04634
Datum7 juli 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 september 2018, nummer 21/001536-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P. Scholte, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2020.