ECLI:NL:HR:2020:1186
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat het beroepschrift pas op 10 februari 2020 bij de griffie van de Hoge Raad was ontvangen, terwijl de termijn van zes weken na verzending van de uitspraak op 5 november 2019 was geëindigd.
De Hoge Raad heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld aan te tonen dat het beroepschrift tijdig was verzonden of een reden te geven voor de overschrijding. De door belanghebbende aangevoerde gronden boden echter geen rechtvaardiging voor de overschrijding van de beroepstermijn.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 3 juli 2020 door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.