Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
4 februari 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de betrokkenheid van verdachte bij een ramkraak op een winkel met dure kleding centraal, alsmede een mishandeling. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof Den Haag. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad, met een middel voorgesteld door zijn advocaten.
Daarnaast stelde de benadeelde partij eveneens een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van zowel verdachte als benadeelde partij niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 4 februari 2020. Hiermee bleef het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.