ECLI:NL:HR:2020:116

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2020
Publicatiedatum
23 januari 2020
Zaaknummer
18/02823
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ramkraak op winkel met dure kleding

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 juni 2018, waarin hij werd veroordeeld voor betrokkenheid bij een ramkraak op een winkel met dure kleding. Het middel van cassatie richtte zich op het vermeende onjuist toepassen van het wetsartikel omtrent samenhang en medeplegen.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad heeft het middel niet ontvankelijk verklaard omdat het geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Hierdoor is het beroep verworpen zonder nadere inhoudelijke motivering.

Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, W.A.M. van Schendel, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien. De uitspraak bevestigt het oordeel van het gerechtshof en bekrachtigt de eerdere veroordeling van verdachte.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen, waardoor het arrest van het gerechtshof Den Haag in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02823
Datum4 februari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 juni 2018, nummer 22/001300-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 februari 2020.