De vrouw stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende klachten over beslaglegging op kinderalimentatie en het niet respecteren van de beslagvrije voet bij eigenbeslag. De man was in cassatie verstek laten gaan. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de vrouw schriftelijk reageerde.
De Hoge Raad verwees voor het procesverloop naar eerdere uitspraken van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Bij de beoordeling van de klachten oordeelde de Hoge Raad dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat nadere motivering niet vereist was omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de vrouw in de kosten van het geding, die nihil worden begroot aan de zijde van de man. Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 26 juni 2020.