Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
30 juni 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over opzetheling van een motorfiets. De verdachte had de motor zonder kenteken in een parkeergarage geplaatst, terwijl hij wist dat het om een gestolen goed ging.
De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het hofarrest, maar alleen voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering naar een gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad beoordeelde de klachten over het arrest en verwierp deze, behalve het cassatiemiddel over de overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad constateerde dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, waardoor de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met drie maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor de strafduur, verminderde de straf tot twee maanden en drie weken en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot twee maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.