Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
30 juni 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de moeder terecht voor medeplegen van gekwalificeerde mishandeling, het in hulpeloze toestand laten van haar baby, en het door schuld veroorzaken van de dood of zwaar lichamelijk letsel van haar kind. De feiten betreffen het overlijden van een 8 maanden oude baby in 2010 als gevolg van geweld.
Het hof sprak de moeder vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder medeplegen van mishandeling en het door schuld veroorzaken van de dood. Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak.
De Hoge Raad heeft de klachten van het OM beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven omdat het oordeel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen en de vrijspraak van de moeder bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van de moeder.