ECLI:NL:HR:2020:1125

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2020
Publicatiedatum
24 juni 2020
Zaaknummer
19/01315
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 300 SrArt. 304 SrArt. 255 SrArt. 307 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak moeder medeplegen mishandeling en dood door schuld baby

In deze strafzaak stond de moeder terecht voor medeplegen van gekwalificeerde mishandeling, het in hulpeloze toestand laten van haar baby, en het door schuld veroorzaken van de dood of zwaar lichamelijk letsel van haar kind. De feiten betreffen het overlijden van een 8 maanden oude baby in 2010 als gevolg van geweld.

Het hof sprak de moeder vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder medeplegen van mishandeling en het door schuld veroorzaken van de dood. Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak.

De Hoge Raad heeft de klachten van het OM beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad hoefde geen nadere motivering te geven omdat het oordeel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen en de vrijspraak van de moeder bleef in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van de moeder.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01315
Datum30 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 maart 2019, nummer 23/003816-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsvrouw van de verdachte, J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2020.