ECLI:NL:HR:2020:1101

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2020
Publicatiedatum
22 juni 2020
Zaaknummer
19/04768
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering opheffing beslag in witwasonderzoek

In deze zaak ging het om een klaagschrift tegen beslag op een geldbedrag van €144.430, reisdocumenten en twee telefoons, gelegd bij aankomst van klager op Schiphol vanuit Paramaribo. De rechtbank had het beslag op het geld en de documenten opgeheven, maar ook het beslag op de telefoons, omdat het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding zich niet langer tegen opheffing zou verzetten.

De advocaat-generaal stelde echter dat de rechtbank haar oordeel onvoldoende had gemotiveerd, omdat het strafrechtelijk onderzoek nog niet was afgerond. Met name het onderzoek naar de inhoud van de telefoons was nog niet afgerond en relevant voor de verificatie van de verklaring van klager dat het geld legaal was verkregen via een Staatsloterijwinst. De door klager overgelegde brief van de Staatsloterij sloot niet uit dat het winnende lot mogelijk met geld uit een onbekende bron was gekocht.

De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van de rechtbank niet begrijpelijk was en vernietigde de beschikking. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Noord-Holland voor een nieuwe behandeling en beslissing op het klaagschrift, zodat het belang van de waarheidsvinding beter kan worden gewogen tegen de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering opheffing beslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/04768 B
Datum23 juni 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 26 augustus 2019, nummer RK 19/006551, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de klager, M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

Voor zover het cassatiemiddel klaagt dat het oordeel dat het strafvorderlijk belang van de waarheidsvinding zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag niet begrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.8 tot en met 4.9. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 juni 2020.