In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 februari 2018. Het geschil betreft de beoordeling van de bewijskracht van een partijgetuige die is gehoord nadat een andere getuige was verhoord. De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen.
De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van verweerder op nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 14 juni 2019.