ECLI:NL:HR:2019:895

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
7 juni 2019
Zaaknummer
18/00720
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 Richtlijn (EU) 2016/343
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake profijtontneming en vermoeden van onschuld

De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de betrokkene tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 februari 2018, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De betrokkene voerde aan dat de wettelijke regeling inzake de ontneming in strijd zou zijn met het vermoeden van onschuld zoals neergelegd in artikel 6 van Pro Richtlijn (EU) 2016/343.

De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Daarbij is overwogen dat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep is gevolgd.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand en wordt de vordering tot ontneming bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/00720
Datum11 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 9 februari 2018, nummer 23/005784-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,
hierna: de betrokkene.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juni 2019.