Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
11 juni 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen van diefstal met geweld. De verdachte werd veroordeeld voor betrokkenheid bij een woningoverval. In cassatie werden middelen voorgesteld die onder meer een bewijsklacht en een klacht over de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen betroffen.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling nopen. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 11 juni 2019. Hiermee blijft het arrest van het hof van 20 oktober 2017 in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.