ECLI:NL:HR:2019:883
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak 2014
In deze zaak betwist belanghebbende de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2014, opgelegd door de Staatssecretaris van Financiën. Na behandeling door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd het beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Hierbij is overwogen dat de aangevoerde klachten onvoldoende zijn om behandeling in cassatie te rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is op 7 juni 2019 in het openbaar gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.