Uitspraak
10 oktober 2017.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
7 juni 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de bezitter van een kostbare viool als verkrijger te goeder trouw kan worden aangemerkt in de zin van artikel 3:86 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Dit vervolg op het arrest van 23 december 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2984) betreft een geschil tussen eiseres en verweerder over de eigendom van de viool.
Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 oktober 2017, terwijl verweerder een voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde. Beide partijen concludeerden tot verwerping van elkaars beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Hiermee werd het arrest van het gerechtshof bekrachtigd, waarmee de status van de bezitter als verkrijger te goeder trouw volgens de relevante wettelijke bepalingen werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.