ECLI:NL:HR:2019:762

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2019
Publicatiedatum
20 mei 2019
Zaaknummer
17/04447
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2 WVW 1994Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt kennis van ongeldig verklaard rijbewijs bij rijden

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor het rijden terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het rijbewijs van verdachte was in 2004 ongeldig verklaard en hij had destijds bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Op de pleegdatum, 15 juli 2016, was de ongeldigverklaring nog steeds van kracht.

De Hoge Raad stelde vast dat uit deze omstandigheden kon worden afgeleid dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het cassatieberoep richtte zich op de vraag of deze kennis kon worden aangenomen, maar het middel kon niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel geen rechtsvragen opriep die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoording behoefden. Daarom werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 21 mei 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte wordt veroordeeld voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/04447
Datum21 mei 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 13 september 2017, nummer 21/005741-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 mei 2019.