ECLI:NL:HR:2019:745

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2019
Publicatiedatum
15 mei 2019
Zaaknummer
18/00149
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over naheffingsaanslag kansspelbelasting en de heffing over winsten behaald bij EU-gevestigde aanbieders

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 17 mei 2019 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De Staatssecretaris van Financiën had beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Hof van 1 december 2017, waarin het Hof had geoordeeld dat de kansspelbelasting die aan belanghebbende was nageheven over zijn winsten behaald bij de internetpokerdiensten Pokerstars.eu en Fulltilt.eu, niet terecht was. Belanghebbende, een ingezetene van Nederland, had in de periode van 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2014 gepokerd via deze websites. De Inspecteur had 29 procent kansspelbelasting nageheven over het positieve resultaat van belanghebbende.

Het Hof had geoordeeld dat de heffing van kansspelbelasting over de winsten behaald bij deze aanbieders achterwege moest blijven, omdat deze aanbieders gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie. De Hoge Raad heeft het oordeel van het Hof in cassatie getoetst en heeft geoordeeld dat het middel van de Staatssecretaris slaagt. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.

Deze uitspraak is van belang voor de vraag of en in hoeverre kansspelbelasting verschuldigd is over winsten behaald bij aanbieders die in andere EU-lidstaten zijn gevestigd. De Hoge Raad heeft hiermee een belangrijke uitspraak gedaan die gevolgen kan hebben voor de belastingheffing in vergelijkbare gevallen.

Uitspraak

17 mei 2019
Nr. 18/00149
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 december 2017, nr. BK-17/00458, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 16/7527) betreffende de aan
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) over het tijdvak van 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2014 opgelegde naheffingsaanslag in de kansspelbelasting.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Belanghebbende is ingezetene van Nederland en heeft in het tijdvak van 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2014 vanuit Nederland gepokerd via websites van Pokerstars.eu en Fulltilt.eu. Over het totale – positieve – resultaat (het verschil tussen de inzetten en de gewonnen bedragen) heeft de Inspecteur 29 procent aan kansspelbelasting nageheven.
2.2.
Bij het Hof was in geschil of van belanghebbende terecht en tot het juiste bedrag kansspelbelasting is nageheven. Het geschil spitste zich toe op de vraag of kansspelbelasting verschuldigd is over de met de pokerspelen behaalde winsten.
2.3.
Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Daarbij heeft het Hof van belang geacht dat de aanbieders van de internetpokerdiensten Pokerstars.eu en Fulltilt.eu die aan spelers zoals belanghebbende zijn verleend, gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie. Het Hof heeft geoordeeld dat heffing van kansspelbelasting over het positieve resultaat behaald bij deze aanbieders achterwege moet blijven.
2.4.
Het middel keert zich tegen het hiervoor in 2.3 weergegeven oordeel. Het slaagt op de grond die is vermeld in rechtsoverweging 2.3.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/00176 (ECLI:NL:HR:2019:548), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.5.
Gelet op hetgeen hiervoor in 2.4 is overwogen, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.