ECLI:NL:HR:2019:745

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2019
Publicatiedatum
15 mei 2019
Zaaknummer
18/00149
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak over kansspelbelasting op online pokerwinsten

Belanghebbende, een ingezetene van Nederland, speelde tussen juni 2012 en maart 2014 online poker via de websites Pokerstars.eu en Fulltilt.eu. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag kansspelbelasting op over het positieve resultaat van deze pokerspelen. Het Hof Den Haag oordeelde dat geen kansspelbelasting verschuldigd was omdat de aanbieders gevestigd waren in een EU-lidstaat.

De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de heffing van kansspelbelasting wel terecht was. De Hoge Raad sloot zich aan bij de motivering uit een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2019:548) en verklaarde het beroep gegrond.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Den Haag en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën is gegrond verklaard, het arrest van het Hof Den Haag vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

17 mei 2019
Nr. 18/00149
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 1 december 2017, nr. BK-17/00458, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 16/7527) betreffende de aan
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) over het tijdvak van 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2014 opgelegde naheffingsaanslag in de kansspelbelasting.

1.Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Belanghebbende is ingezetene van Nederland en heeft in het tijdvak van 1 juni 2012 tot en met 31 maart 2014 vanuit Nederland gepokerd via websites van Pokerstars.eu en Fulltilt.eu. Over het totale – positieve – resultaat (het verschil tussen de inzetten en de gewonnen bedragen) heeft de Inspecteur 29 procent aan kansspelbelasting nageheven.
2.2.
Bij het Hof was in geschil of van belanghebbende terecht en tot het juiste bedrag kansspelbelasting is nageheven. Het geschil spitste zich toe op de vraag of kansspelbelasting verschuldigd is over de met de pokerspelen behaalde winsten.
2.3.
Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Daarbij heeft het Hof van belang geacht dat de aanbieders van de internetpokerdiensten Pokerstars.eu en Fulltilt.eu die aan spelers zoals belanghebbende zijn verleend, gevestigd zijn in een lidstaat van de Europese Unie. Het Hof heeft geoordeeld dat heffing van kansspelbelasting over het positieve resultaat behaald bij deze aanbieders achterwege moet blijven.
2.4.
Het middel keert zich tegen het hiervoor in 2.3 weergegeven oordeel. Het slaagt op de grond die is vermeld in rechtsoverweging 2.3.2 van het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nummer 18/00176 (ECLI:NL:HR:2019:548), waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
2.5.
Gelet op hetgeen hiervoor in 2.4 is overwogen, kan de bestreden uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, en
verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.