ECLI:NL:HR:2019:735

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 mei 2019
Publicatiedatum
15 mei 2019
Zaaknummer
18/05179
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in subsidiegeschil

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over een subsidieaanvraag onder de Regeling nationale EZ-subsidies. De Hoge Raad moest beoordelen of het beroep in cassatie ontvankelijk was.

Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie is cassatie alleen mogelijk indien de wet dit uitdrukkelijk toestaat. In deze zaak bestaat geen wettelijke grondslag voor cassatie tegen uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in subsidieschillen.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de griffier op 17 mei 2019.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke cassatiemogelijkheid.

Uitspraak

17 mei 2019
Nr. 18/05179
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
College van Beroep voor het bedrijfslevenvan 11 september 2018, nr. AWB 17/316, betreffende een door belanghebbende ingediende aanvraag voor subsidie op grond van de Regeling nationale EZ-subsidies.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven als deze, die is gedaan in een geschil betreffende een aanvraag voor een subsidie op grond van de Regeling nationale EZ-subsidies. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2019.