ECLI:NL:HR:2019:675

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2019
Publicatiedatum
23 april 2019
Zaaknummer
19/00044
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 326.1 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen uitleveringsuitspraak aan Russische Federatie wegens oplichting

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Russische Federatie ter vervolging wegens oplichting. De verdachte werd geboren in 1975 en het verzoek tot uitlevering werd door de rechtbank toegewezen.

In cassatie heeft de opgeëiste persoon, bijgestaan door advocaten, een middel voorgesteld tegen deze uitleveringsuitspraak. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden, mede omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren. De uitspraak bevestigt de uitlevering aan de Russische Federatie op basis van dubbele strafbaarheid van het feit van oplichting volgens art. 326.1 Sr.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan de Russische Federatie bevestigd.

Uitspraak

23 april 2019
Strafkamer
nr. S 19/00044 U
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 27 november 2018, nummer 15/860103-18, op een verzoek van de Russische Federatie tot uitlevering van:
[de opgeëist persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 april 2019.