ECLI:NL:HR:2019:644

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2019
Publicatiedatum
18 april 2019
Zaaknummer
18/01973
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting

Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2018. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over naheffingsaanslagen omzetbelasting, boetebeschikkingen en belastingrente voor de jaren 2010 tot en met 2014.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en heeft de ingebrachte middelen beoordeeld. De middelen konden niet tot cassatie leiden en de Hoge Raad vond geen noodzaak tot nadere motivering, omdat de aangevoerde rechtsvragen niet relevant waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren E.N. Punt, M.E. van Hilten en E.F. Faase op 19 april 2019.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder nadere motivering.

Uitspraak

19 april 2019
Nr. 18/01973
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof 's-Hertogenboschvan 30 maart 2018, nrs. 16/03864 en 16/03865, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 16/1085 en BRE 16/1402) betreffende de aan belanghebbende over de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2011 en de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2019.