Uitspraak
de Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s‑Hertogenboschvan 8 juni 2018, nrs. 16/03859 tot en met 16/03863, op het hoger beroep van
[X1]en
[X2]te
[Z ](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 15/3205 tot en met BRE 15/3209) betreffende de aan laatstgenoemde belanghebbende voor het jaar 2010 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente en de aan belanghebbenden voor de jaren 2011 en 2012 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.