Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
30 januari 2018 en het aanvullend arrest in de zin van artikel 32 Rv Pro van 10 juli 2018.
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de incidentele vordering
€ 5.821,02.
4.Beslissing
18 januari 2019.