Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
2 april 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie van klaagster tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland inzake een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Klaagster stelde middelen van cassatie voor via haar advocaat, gericht tegen het niet verstrekken van bepaalde stukken in de beklagprocedure en het oordeel van de rechtbank dat het belang van het strafvorderingsproces zich verzet tegen de teruggave van in beslag genomen goederen.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank. De beschikking is gegeven door de vice-president en twee raadsheren, uitgesproken in openbare terechtzitting op 2 april 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beslagbeschikking en het oordeel over teruggave van goederen.