In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 26 juni 2018, betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Leiden voor het jaar 2017.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Uit de overwegingen blijkt dat de klachten die belanghebbende heeft aangevoerd geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit komt doordat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep in cassatie, of omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Gelet op artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 29 maart 2019 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools.