Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 juni 2018, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Molenwaard voor het jaar 2016 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de twee voorgestelde middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Het arrest is op 22 maart 2019 in het openbaar uitgesproken door raadsheer Fierstra als voorzitter, samen met raadsheren Wortel en Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Treuren.