Uitspraak
gevestigd te Geertruidenberg,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 maart 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen Stichting WSG en een voormalige werknemer over de vraag of een beëindigingsovereenkomst met finale kwijting uitsluitend betrekking heeft op de arbeidsovereenkomst of ook op bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW Pro.
De feiten en eerdere procedure zijn uitgebreid behandeld in lagere instanties, waaronder de kantonrechter te Tilburg, de rechtbank Zeeland-West-Brabant en het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof heeft op 7 november 2017 een arrest gewezen dat aan dit arrest is gehecht.
Stichting WSG heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld, waarbij zij onder meer een beroep op dwaling heeft gedaan. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad concludeert dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad veroordeelt Stichting WSG tot betaling van de kosten van het cassatiegeding. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Polak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting WSG wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.