Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 maart 2018, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een aanslag schenkingsrecht werd behandeld.
De Hoge Raad ontving vier middelen van belanghebbende en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 15 maart 2019 door raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren.