ECLI:NL:HR:2019:317

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 maart 2019
Publicatiedatum
6 maart 2019
Zaaknummer
18/00763
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:752 lid 1 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging oordeel hof over redelijke prijs bij aanneming van werk zonder prijsafspraak

In deze zaak stond de vraag centraal of bij een overeenkomst tot aanneming van werk, waarbij geen prijs is afgesproken, de opdrachtgever gehouden is een redelijke prijs te betalen. De zaak betrof een reparatie van een auto door Autoservice Luiken B.V. De eiser stelde dat de reparateur in verzuim was en dat een ingebrekestelling vereist was, maar dit werd niet als zodanig aangenomen.

De procedure begon bij de kantonrechter te Almelo, gevolgd door meerdere arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 7:752 lid 1 BW Pro een redelijke prijs verschuldigd is wanneer geen prijs is overeengekomen. Het hof verwierp de stelling dat de reparateur eerst in verzuim moest zijn gesteld door middel van een ingebrekestelling.

De eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 21 november 2017. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de eiser in de kosten van het geding. Hiermee werd het oordeel van het hof bekrachtigd dat bij het ontbreken van een prijsafspraak een redelijke prijs verschuldigd is en dat een ingebrekestelling niet vereist is om betaling te vorderen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

8 maart 2019
Eerste Kamer
18/00763
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
AUTOSERVICE LUIKEN B.V.,
gevestigd te Hengelo,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Luiken.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 4652489\CV EXPL 15-6478 van de kantonrechter te Almelo van 22 maart 2016 en 28 juni 2016;
b. de arresten in de zaak 200.194.850 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 augustus 2016, 14 februari 2017 en 21 november 2017.
Het arrest van het hof van 21 november 2017 is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 21 november 2017 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Luiken is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Luiken begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
8 maart 2019.