Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende).
Hoge Raad
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2013. Dit beroep werd later ingetrokken. Belanghebbende verzocht daarop de Hoge Raad om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van het cassatieberoep.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek en constateerde dat belanghebbende geen proceshandelingen had verricht die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht recht geven op kostenvergoeding. Daarom zag de Hoge Raad geen grond om het verzoek toe te wijzen.
Uiteindelijk wees de Hoge Raad het verzoek af en bevestigde hiermee dat zonder relevante proceshandelingen geen kostenveroordeling kan worden opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 15 februari 2019 door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers‑van Dooren.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot kostenveroordeling af wegens het ontbreken van proceshandelingen door belanghebbende.