Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
12 februari 2019.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 oktober 2017, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen wegens medeplegen van het verstrekken en aanwezig hebben van hennep.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de aangevoerde middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof bij de berekening van het beginsaldo een te laag bedrag had gehanteerd, maar oordeelde dat dit geen grond voor cassatie vormde. Ook het voorwaardelijk verzoek om een CIE-informant als getuige te horen werd niet gehonoreerd.
Uiteindelijk werd het beroep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.