ECLI:NL:HR:2019:217

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2019
Publicatiedatum
12 februari 2019
Zaaknummer
17/02459
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 417 SrArt. 416.1.a SrArt. 420ter SrArt. 420bis.1.b Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen gewoonteheling en witwassen

Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van gewoonteheling, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Het betrof de georganiseerde verkoop van gestolen gereedschappen die uit bedrijfsbusjes waren ontvreemd.

In cassatie stelde verdachte diverse middelen aan de orde, waaronder nietigheid van de dagvaarding en bewijsklachten met betrekking tot de bewezenverklaring van de feiten. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.

Daarnaast werd in het arrest aandacht besteed aan de verbeurdverklaring van een auto en de teruggave van gereedschap aan de rechthebbenden, conform de strafrechtelijke maatregel en civielrechtelijke belangen.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en van den Brink, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Schnetz.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van gewoonteheling, gewoontewitwassen en deelneming aan een criminele organisatie.

Uitspraak

12 februari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02459
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 4 mei 2017, nummer
21/004946-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 februari 2019.