Belanghebbende, een vennootschap onder firma, had bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag en boetebeschikking opgelegd door de Belastingdienst over de periode 2013 tot en met 2015. De Rechtbank Gelderland wees het verzet af, waarna belanghebbende beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en constateerde dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na verzending van het vonnis was ingediend. De termijn liep af op 9 juli 2019, terwijl het beroepschrift pas op 29 juli 2019 werd ontvangen. Ook een verzoek om nadere toelichting op de overschrijding bracht geen verandering in dit oordeel.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken op 20 december 2019 door de vice-president en twee raadsheren.