ECLI:NL:HR:2019:1944
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.
Ondanks dat de brieven volgens Track&Trace zijn ontvangen, heeft belanghebbende het griffierecht niet voldaan en ook niet gereageerd op de verzoeken om opheldering over het niet betalen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.