ECLI:NL:HR:2019:1862
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak richtte belanghebbende, een besloten vennootschap, zich met een beroep in cassatie tot de Hoge Raad tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland met betrekking tot belastingrechtelijke geschillen. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoud.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten die belanghebbende aanvoerde geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond hiervan verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 29 november 2019. Hiermee kwam een einde aan de procedure in cassatie in deze belastingrechtelijke bestuursrechtelijke zaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat het beroep geen kans van slagen heeft.