Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
3.Beoordeling van de in het principale beroep voorgestelde middelen
Het oordeel van het Hof getuigt daarom van een onjuiste rechtsopvatting. Middel I slaagt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, een onderneming met een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, had in 2010 en 2011 accijnsgoederen ingeslagen op basis van facturen van derden. Zij vroeg teruggaaf van accijns aan, maar de Inspecteur stelde dat de facturen vals waren en dat voor die goederen nooit accijns was voldaan. Daarom legde hij naheffingsaanslagen en boetes op.
Het hof oordeelde dat belanghebbende te goeder trouw was en niet wist of kon weten van de fraude, en vernietigde de naheffingsaanslagen en boetes. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat ook bij goede trouw en zorgvuldigheid naheffing mogelijk is als blijkt dat nooit accijns is betaald, omdat de vergunninghouder geen recht heeft op teruggaaf in die situatie. Het hof had dit onjuist beoordeeld. De boetebeschikking blijft gehandhaafd omdat de Inspecteur bereid is deze te laten vervallen.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover het gaat om de naheffingsaanslag en belastingrente en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest over de naheffingsaanslag en verwijst de zaak terug, terwijl de boetebeschikking gehandhaafd blijft.