Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste namens de verdachte voorgestelde middel
3.Beoordeling van het tweede namens de verdachte voorgestelde middel
5.Beslissing
26 november 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het toebrengen van uitgeslagen tanden door middel van een klap met een glas kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 Sr Pro. De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld voor zware mishandeling waarbij het slachtoffer tanden verloor.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor zwaar lichamelijk letsel, waarbij niet alleen de aard van het letsel, maar ook de noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op volledig herstel van belang zijn. In deze zaak ontbraken nadere medische gegevens over het ingrijpen en het herstelperspectief van het slachtoffer.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verlies van tanden als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. Dit leidt tot vernietiging van het arrest voor zover het betrekking heeft op het ten laste gelegde en de strafoplegging, en de zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
De overige middelen van cassatie worden verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 26 november 2019.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het letsel en de straf.