ECLI:NL:HR:2019:1793

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2019
Publicatiedatum
15 november 2019
Zaaknummer
18/02170
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WVW 1994Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevaar op de weg veroorzaken door oversteken naar tegemoetkomend verkeer met botsing

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het veroorzaken van gevaar op de weg door over een doorgetrokken streep naar de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomend verkeer te rijden, waarna een botsing met tegenliggers plaatsvond.

De verdediging voerde aan dat het feit werd begaan als gevolg van een 'black-out'. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kan leiden en dat het geen nadere motivering behoeft omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was. De zaak betreft toepassing van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor het veroorzaken van gevaar op de weg blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02170
Datum26 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 december 2017, nummer 22/001727-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2019.