Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 november 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het veroorzaken van gevaar op de weg door over een doorgetrokken streep naar de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomend verkeer te rijden, waarna een botsing met tegenliggers plaatsvond.
De verdediging voerde aan dat het feit werd begaan als gevolg van een 'black-out'. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kan leiden en dat het geen nadere motivering behoeft omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was. De zaak betreft toepassing van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor het veroorzaken van gevaar op de weg blijft in stand.