ECLI:NL:HR:2019:1735

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 november 2019
Publicatiedatum
8 november 2019
Zaaknummer
18/03010
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 10a OpiumwetArt. 10.4 OpiumwetArt. 10.5 Opiumwet
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof in zaak medeplegen en vervoer harddrugs

In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van voorbereidingshandelingen en het vervoeren van harddrugs, waarbij de bodem van een koffer was gevuld met pakketjes XTC. Het hof Amsterdam had verdachte veroordeeld op grond van de Opiumwet.

Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onrechtmatig bewijs had gebruikt door verklaringen van een getuige te accepteren die bij de politie waren afgelegd zonder dat het hof de getuige ambtshalve had opgeroepen, terwijl deze verklaringen later waren ingetrokken bij de rechter-commissaris.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat het middel niet in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoording vereiste.

Daarmee werd het beroep van verdachte verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/03010
Datum12 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 juli 2018, nummer 23/004203-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 november 2019.