Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 november 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van voorbereidingshandelingen en het vervoeren van harddrugs, waarbij de bodem van een koffer was gevuld met pakketjes XTC. Het hof Amsterdam had verdachte veroordeeld op grond van de Opiumwet.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onrechtmatig bewijs had gebruikt door verklaringen van een getuige te accepteren die bij de politie waren afgelegd zonder dat het hof de getuige ambtshalve had opgeroepen, terwijl deze verklaringen later waren ingetrokken bij de rechter-commissaris.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden en dat het niet nodig was om de rechtsvragen nader te motiveren, omdat het middel niet in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoording vereiste.
Daarmee werd het beroep van verdachte verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bevestigd.