ECLI:NL:HR:2019:1706

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2019
Publicatiedatum
5 november 2019
Zaaknummer
18/03839
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 180 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak wederspannigheid tegen ambtenaren

In deze strafzaak was verdachte in hoger beroep veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam wegens wederspannigheid jegens ambtenaren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het verzoek van verdachte om de geldboete in termijnen op te leggen werd eveneens afgewezen. De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het hof. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.

Deze zaak betreft de toepassing van artikel 180 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de procedurele regels uit artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad handhaafde de eerdere beslissingen zonder inhoudelijke bespreking van de verweren, waarmee het cassatieberoep definitief werd verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/03839
Datum5 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 19 juni 2018, nummer 23/000121-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Grijsen, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 november 2019.