Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 juli 2018, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbende behandelde over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2012 en 2013.
De Hoge Raad heeft het middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit niet tot cassatie kan leiden. Er was geen noodzaak voor nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof blijft in stand.