Uitspraak
wonende te [woonplaats],
1.Procesverloop
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
11 oktober 2019.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de kantonrechter en het gerechtshof voor het feitencomplex en de procesgang in de lagere instanties.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en constateert dat de procesinleiding niet is ingediend langs de voorgeschreven elektronische weg zoals vereist in artikel 30c lid 1 Rv. Daarnaast voldoet de procesinleiding niet aan artikel 407 lid 3 Rv Pro, omdat daarin geen advocaat is aangewezen die eiser in cassatie zal vertegenwoordigen.
Hoewel deze verzuimen hersteld hadden kunnen worden door een nieuwe procesinleiding binnen twee weken, heeft eiser hiervan geen gebruik gemaakt. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Het arrest is uitgesproken door de raadsheren en in het openbaar bekendgemaakt op 11 oktober 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-elektronische indiening en ontbreken van advocaat.