ECLI:NL:HR:2019:1509
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 november 2018, waarin het hof het verzoek van belanghebbende om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en een veroordeling in de proceskosten had behandeld.
De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie acht de Hoge Raad geen nadere motivering noodzakelijk, aangezien de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten toe te wijzen aan belanghebbende.
Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep ongegrond en bevestigt daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.