ECLI:NL:HR:2019:1504
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag en een hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft tevens besloten dat er geen aanleiding was om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 4 oktober 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag wordt ongegrond verklaard.