ECLI:NL:HR:2019:1451

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2019
Publicatiedatum
26 september 2019
Zaaknummer
17/05174
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak medeplegen valsheid in geschrift

In deze zaak stond de verdachte terecht voor het feitelijk leiding geven aan medeplegen van valsheid in geschrift, zoals bedoeld in artikel 225 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld en deze stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De klachten betroffen onder meer de bewijswaardering omtrent valsheid in geschrift en medeplegen, alsmede de strafmotivering. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de Hoge Raad, W.A.M. van Schendel, samen met raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, en de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter. Het beroep werd bij arrest van 1 oktober 2019 verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/05174
Datum1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 oktober 2017, nummer 20/001432-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.Th. Nooitgedagt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2019.