ECLI:NL:HR:2019:1425
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van het Gerechtshof Den Haag van 4 januari 2019, waarin het hof het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 10 juli 2018 heeft behandeld. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Op grond van artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 27 september 2019 in het openbaar gewezen door raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.